Op 31 oktober 2018 heeft Marieke Kuiper haar proefschrift succesvol verdedigd met als promotoren Prof. M.A.J. de Koning-Tijssen en Prof. dr. A. F. Bos, en als copromotor Dr. D.A. Sival. Het onderwerp van haar proefschrift luidt ‘Bij motorische beoordelinggschalen rekening houden met leeftijd kind’.

 

 

Voor het herkennen, classificeren en behandelen van bewegingsstoornissen gebruiken zorgverleners beoordelingsschalen die oorspronkelijk ontwikkeld zijn voor volwassenen. Bij toepassing van dezelfde schalen bij jonge kinderen is het volgens promovenda Marieke Kuiper belangrijk om ons te realiseren dat jonge, onrijpe netwerken in het brein leiden tot onrijpe bewegingen die normaal zijn voor de leeftijd van het kind. Haar onderzoek bevestigt dat zulke normale, onrijpe bewegingen inderdaad op bewegingsstoornissen kunnen lijken. Deze “normale” kenmerken blijken het sterkst aanwezig bij heel jonge kinderen, andere verdwijnen pas in de pubertijd. Deze bevindingen laten zien hoe belangrijk het is dat bij het interpreteren van beoordelingsschalen rekening wordt gehouden met de leeftijd van het kind. 

Kuiper stond in haar promotieonderzoek stil bij de motorische ontwikkeling van gezonde jonge kinderen en kinderen met hersenschade. Door de motorische ontwikkeling van beide groepen kinderen te bestuderen en met elkaar te vergelijken, is het volgens de promovenda mogelijk om de motorische bewegingen van jonge kinderen met een risico op hersenschade beter te interpreteren. Zij concludeert dat de onwillekeurige bewegingspatronen van gezonde baby’s kenmerken vertonen van meerdere bewegingsstroornissen, met name van chorea (onwillekeurige, snelle en ongerichte bewegingen, met name in het gelaat of in de ledematen), myoclonus (korte, onvrijwillige spiersamentrekkingen), dystonie (wisselende spierspanningen, waardoor draaiende en wringende bewegingen en abnormale houdingen ontstaan) en ataxie (verstoring van het evenwicht en van de bewegingscoördinatie). Naarmate de verantwoordelijke hersengebieden betere contacten en netwerken vormen, worden de bewegingen beter gecoördineerd. 

In het tweede gedeelte van haar proefschrift past Kuiper de inzichten uit het eerste deel toe op twee verschillende groepen kinderen die een hoger risico hebben op het ontwikkelen van een bewegingsstoornis, zoals kinderen die door zuurstoftekort bij de geboorte een grotere kans hebben op hersenschade. Zij bestudeerde daarvoor de motoriek van 21 kinderen tussen de drie en zes jaar oud die tijdens de geboorte zuurstofgebrek hadden opgelopen en vervolgens behandeld waren met neuro-protectieve koeling, een medische behandeling waarbij de lichaamstemperatuur gedurende 72 uur verlaagd wordt tot 33.5 graden om het centrale zenuwstelsel te beschermen tegen verdere schade. Het merendeel van de kinderen (18 van de 21) scoorde normaal op een test waarmee bewegingsstoornissen worden opgespoord. Twee kinderen scoorden licht afwijkend, en een kind scoorde duidelijk afwijkend. Toekomstig onderzoek moet aantonen hoe de motoriek van deze kinderen zich op volwassenen leeftijd heeft ontwikkeld.

Marieke Kuiper (1989) studeerde bewegingswetenschappen (BSc) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij begon tijdens haar masteropleiding geneeskunde aan haar promotieonderzoek, dat ze uitvoerde binnen de afdeling neurologie en onderzoeksinstituut BCN-BRAIN van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Kuiper werkt nu als art-assistent in het St. Antontius Ziekenhuis. De titel van haar proefschrift is: “Clinical assessment of motor behaviour in developing children”.